Het terrein is er woest. Het klimaat ruw. Het leven en landschap somber.

Welkom in Romeins Alphen!

Waarom de Romeinen ‘ons’ stukje Limes verlaten

Waarom de Romeinen ‘ons’ stukje Limes verlaten

22 februari 2024

Vanaf eind tweede eeuw staat het bloeiende Romeinse keizerrijk onder druk: het klimaat verandert, er breekt twee keer een dodelijke pandemie uit en er ontstaat politieke onrust. Allemaal redenen waarom de Romeinen de Limesgrens langs de Oude Rijn in de derde eeuw verlaten.

Het leven langs de Limesgrens in de noordelijke delta van de  Rijn tussen de grote veengebieden is in de derde eeuw moeilijk. Dat heeft te maken met een pandemie aan het einde van de tweede eeuw en nogmaals halverwege de derde eeuw. Deze keer precies in een periode van politieke onrust onder de soldatenkeizers. Zowel de pandemieën als de onrust zijn in het hele Romeinse Rijk.

Daarnaast heeft een algemene klimaatverandering grote invloed op de bevaarbaarheid van de Oude Rijn en de bewoonbaarheid langs deze rivier. In het Limesgebied heeft dit zowel gevolgen voor de castella en kampdorpen van de Romeinen als voor de boerenbevolking ten zuiden van de Oude Rijn.

Pandemie

Vanaf halverwege de tweede eeuw daalt het aantal inwoners in de noordwestelijke grensstreek. Rond 165 arriveert de Antonijnse Plaag in het Romeinse Rijk. In het hele Rijk vallen in de volgende vijf jaar veel dodelijke slachtoffers, naar schatting 25 tot 30 procent van de bevolking, en het platteland loopt leeg.

Halverwege de derde eeuw is er opnieuw een grote pandemie: de Plaag van Cyprianus. Deze heerst vooral in het oosten van het Romeinse Rijk, maar wordt verder verspreid door het leger. Ook nu vallen veel dodelijke slachtoffers.

Politieke onrust

In de derde eeuw is het gedaan met de Pax Romana, de Romeinse vrede die in de eerste en tweede eeuw heerst. Uit de noordelijke grensgebieden worden legereenheden verplaatst naar de oostelijke grens. Dat veroorzaakt onrust, vooral omdat Germaanse groepen in de noordelijke grensgebieden nu vrij spel krijgen.

Ook volgt de ene keizer de andere in rap tempo op. Onder het regime van de opeenvolgende soldatenkeizers tussen 235 en 284 zijn er veel burgeroorlogen en is er geen enkele politieke stabiliteit.

Keizer Lucius Aurelianus maakt tussen 270 en 275 een begin met het herstellen van de orde en de eenheid. 'Ons' stukje Limesgrens wordt echter definitief verlaten. Het is uiteindelijk keizer Diocletianus, die regeert van 284 tot 305, die definitief het Romeinse Rijk herstelt.

Transportroute Noordzee 

De bewoonbaarheid van de corridor langs de Oude Rijn tussen de grote Hollandse veengebieden wordt door een klimaatverandering steeds minder. Dit leidt in de derde eeuw tot het verdwijnen van agrarisch gebied, het afnemen van de bevolking en het herstel van de bossen.

Er zijn grote overstromingen vooral langs de Oude Rijn. De bevaarbare rivier wordt juist smaller en heeft vanaf de derde eeuw ook een wispelturige stroming en is daarom lastiger voor de scheepvaart om te navigeren. Hierdoor verschuift de voorkeur voor de Romeinse transportroute richting Noordzee naar de zuidelijke Rijnarm: de Waal-Maas combinatie.

Opgeven castella

De Limes in de westelijke delta is ongeveer in 275 opgegeven. Dit jaartal is niet hard en geen vaststaand feit, het is een algemeen gebruikte wetenschappelijke werkhypothese. Mogelijk zijn sommige castella eerder geheel verlaten. Waarschijnlijker is dat er in de laatste tientallen jaren geen vast garnizoen meer is, maar dat de castella incidenteel worden gebruikt.

De Alphense castella Nigrum Pullum en Albaniana, Laurium (Woerden) en Matilo (Leiden-Roomburg) zijn ongeveer in dezelfde periode in gebruik en zijn definitief verlaten rond 275. In de hele regio worden nog wel incidenteel laat-Romeinse munten gevonden, vooral uit de vierde maar ook uit de vijfde eeuw. Dit betekent dat er weliswaar geen permanent bemande castella meer zijn, maar dat er waarschijnlijk wel marinepatrouilles zijn en langsvarend verkeer.

Kust langer in gebruik

Het kustgebied, de smalle strook duinen, wordt langer gebruikt door het Romeinse leger. Militaire fortificaties verdwijnen aan de kust in ieder geval later dan langs de Oude Rijn. Het lijkt er echter wel op dat al vanaf het einde van de derde eeuw de bewoning naar het zuiden verschuift. Richting België dus aan de overkant van het Helinium, de brede monding van de Maas en Waal.

Laat-Romeinse forten

Limesfortificaties zoals Valkenburg en Katwijk, behorend tot de kustverdediging, bestaan waarschijnlijk tot het einde van de vierde eeuw. En misschien zelfs tot begin van de vijfde eeuw. Deze laat-Romeinse fortificaties zijn dan niet langer in gebruik als een kazerne, dus een castellum, maar meer als een verdedigd bevoorradingsstation met een grote graanopslag.

Van Rijn naar Maas en Waal

Romeinse fortificaties langs Maas en Waal ontstaan later dan langs de Oude Rijn en blijven tot later in de Romeinse periode in gebruik. Deze locaties zijn in het oostelijk rivierengebied, terwijl die langs de Oude Rijn in het westen zijn. De bevaarbaarheid van de Rijn in het westen is in de derde eeuw op een zeker moment zo slecht, dat de zuidelijke route richting Noordzee via de dan beter bevaarbare Waal en Maas de voorkeur krijgt van de Romeinse bezetters.