Eén wereld, duizend vrouwen. Het thema van Internationale Vrouwendag 2024 gaat over de verschillen én overeenkomsten tussen vrouwen vanuit verschillende culturen. Dat thema zou ook zomaar kunnen gaan over vrouwen in het Romeinse Rijk.
De multiculturele samenleving van vandaag is niet anders dan die van tweeduizend jaar geleden. Ook in het Romeinse Rijk kwamen mensen van heinde en ver en vestigden zich honderden kilometers van hun geboorteplaats.
Zo weten we uit Romeinse brieven en briefjes dat legereenheden uit het Bataafse gebied langs de Muur van Hadrianus dienen én dat ook vrouwen (en kinderen) uit dit gebied er wonen, want er zijn ook brieven van vrouwen bij.
Het Romeinse leger is een factor in de verplaatsing van mensen uit verschillende culturen die elders hun geluk beproeven. De mannen nemen dienst en hun vrouwen, de kampvolgers, trekken in de tros met het leger mee. Deze vrouwen werken voor de kost, ze zijn soms een eenvoudige wasvrouw of ze hebben een ambacht geleerd. En ja, er zijn ook dames van plezier bij. In ieder geval zijn deze vrouwen de bewoners van een vicus, een kampdorp, als er eenmaal een vaste garnizoensplaats is.
Veel volk gaat ook naar andere gebieden, omdat de oogst niet goed is, op de vlucht voor oorlog of door Romeinse bevolkingspolitiek. Soms worden hele stammen, of een afgescheiden groep, door de Romeinse overheersers uitgenodigd om zich elders te vestigen. Elders is dan een leeg gebied, soms omdat de oorspronkelijke bewoners door de Romeinen zijn verdreven.
Daarnaast wordt ook Romeinse bevolkingspolitiek bedreven door een vruchtbaar gebied open te stellen voor kolonisten. Zo is de stam van de Cananefaten ontstaan. Deze boeren en boerinnen komen uit het noorden, Chauken en Frisii, zij krijgen onder Romeinse druk een nieuwe identiteit.
Alle vrouwen kunnen spinnen en weven, dat is een Romeinse traditie. Maar niet alleen Romeins. Het is een traditie die in veel culturen een rol speelt. Tot ver in de twintigste eeuw leren alle meisjes op school nuttige handwerken zoals naaien, breien en haken om zelf kleding te maken.
De Romeinse kledingindustrie ontstaat als huisvlijt, maar in de loop der eeuwen ontwikkelt zich een complete industrie. Ongeveer rond het begin van de jaartelling, als ook de keizertijd begint, worden grote lappen stof geweven die in balen door het Rijk worden verspreid. Desondanks moet elke Romeinse vrouw zelf kunnen spinnen en weven. Net als vroeger toen elk kledingstuk op maat werd geweven.
Alle vrouwen kunnen spinnen, is overigens niet hetzelfde als: alle vrouwen zitten thuis op hun man te wachten. Veel meisjes leren een ambacht net als veel jongens. Er zijn bijvoorbeeld vrouwelijke medici, schilders, handelaren en horecaondernemers. Vaak werken deze vrouwen samen met hun man in een eigen bedrijf. Maar in de kampdorpen in de grensgebieden langs de Rijn, het Nedergermaanse Limesgebied, moeten de vrouwen hun eigen kostje verdienen terwijl hun man in het leger dient.
Er is vrij veel verschil tussen de juridische status van Romeinse vrouwen, zoals deze uit documenten blijkt, en de dagelijkse praktijk. In de praktijk is er meer vrijheid en meer mogelijk dan op papier. Dat is tot ver in de vorige eeuw ook zo. Mogelijk komt dit omdat de juridische status vooral in het leven is geroepen voor aristocratische en vermogende families. Het gaat dan primair om het behouden van goederen en vermogen.
De Romeinse aristocratie beschouwt vrouwen enerzijds als een soort eigendom, maar anderzijds zijn er veel invloedrijke vrouwen. Keizerin Livia, de echtgenote van de eerste keizer Augustus, is er een van.
De Romeinse aristocratie baadt in luxe tenzij iemand het familiekapitaal verkwanseld heeft en dan is het zaak om als aristocraat een rijke vrouw te trouwen. Zij krijgt op haar beurt vaak een veel betere status.
Weinig bekend, maar heel belangrijk, is de invloed van vrouwelijke aristocraten op de verspreiding van het christendom. In de eerste eeuwen kwamen vroege christenen vaak samen in het huis van een aristocrate die als beschermvrouw van de groep diende. In tijden van christenvervolging kon hen dat het leven kosten.
Slaven zijn in de Romeinse maatschappij een normaal verschijnsel. Sommige slaven hebben een hoge status en andere zijn niet meer dan beesten in de ogen van hun eigenaar. Griekse medici hebben bijvoorbeeld een hoge status en genieten ook enige luxe. Ongeschoolde arbeiders hebben een lage status. Zij slapen gezamenlijk in kleine kamertjes en al hun bezittingen passen in een kistje.
Veel Romeinse villa’s hebben een slavenechtpaar, man en vrouw, als bedrijfsleiders aan het hoofd. De eigenaar woont in de stad, het echtpaar bestiert het boerenbedrijf. De vrouw houdt zich vooral bezig met alles in, aan en rond het huis en de man houdt zich bezig met de agrarische kant van de zaak.
Slavernij is echter geen absolute status. Geschoolde slaven verdienen vaak ook eigen geld en kunnen zich vervolgens vrij kopen. Er zijn ook gevangen genomen slaven, krijgsgevangenen, die door hun familie worden vrijgekocht. En sommige slavinnen krijgen van hun eigenaar hun vrijheid zodat zij met elkaar kunnen trouwen.
De belangrijkste vrouwen zijn godinnen. Er zijn Romeinse godinnen die in het hele Rijk worden vereerd, zoals Minerva de godin van oorlog, wijsheid en kunst. Er zijn ook godinnen die regionaal worden vereerd en waarvan vervolgens sporen in het hele Rijk worden gevonden. Een voorbeeld is de Egyptische Isis. Natuurlijk zijn er ook meer lokale godinnen. Bekend in onze streken zijn Nehalennia, Epona en de Matronen. Een goede Romeinse gewoonte is trouwens om een lokale god aan een Romeinse te koppelen. Epona Augusta is er zo een.
In het kampdorp bij een castellum langs de Limes, de vicus, leven soldatenvrouwen. Zij bestieren hun eigen huishouding en zorgen voor hun eigen levensonderhoud en dat van hun kinderen. Sommigen hebben een ambacht, anderen doen ongeschoold werk. Zij mogen pas met hun soldaat trouwen als zijn diensttijd voorbij is. Deze vrouwen blijven met hun veteraan vaak in het kampdorp van hun garnizoen wonen. Maar sommigen gaan terug naar hun geboorteplaats.
Vermogende vrouwen zijn er soms ook, meestal getrouwd met een rijke handelaar. In de kampdorpen is echter weinig aristocratie te verwachten. De enige aristocrate is de echtgenote van de prefect, de kampcommandant, en zij woont in het castellum zelf in een groot huis.
Romeins Alphen is een initiatief van Minerva TXT producties / Eveline
Verhoeve
Copyright © teksten en foto's Eveline Verhoeve
Contact:
MinervaTXTproducties@ziggo.nl