Het veengebied dat in de Romeinse tijd in een groot deel van Nederland lag, bestaat niet meer. Er zijn wel voorbeelden van hoe dit eruit zag. Het gaat soms om resten natuurgebied en soms om herstelde natuur. Veel veengebied is na ontginningen veenweidegebied geworden.
Hoogveen is nat, moerassig en voedselarm. Toch groeien er kleine bomen en struiken. Maar vooral groeit er veenmos: sphagnum. Als het mos afsterft, groeit een nieuwe laag ‘vers’ veenmos op de dode laag. Na een tijd ontstaan zo hoge veenkussens. Deze liggen als een soort min of meer ronde kussens in het landschap met rondom water.
De rivier Rijn, de grens van het Romeinse gebied, doorsnijdt in een smalle corridor het veengebied. Het onbewoonbare veengebied begint na de zandgronden van de kuststreek en is ongeveer 30 kilometer breed.
Al voor de Romeinse tijd wordt veen mondjesmaat gebruikt als brandstof. Vanaf de tiende eeuw wordt veen op grote schaal gewonnen. Het afgraven van veen zorgt voor nieuwe, lager gelegen, landbouwgrond. Natuurlijk hoort hier een afwateringssysteem bij. Als de landbouwgrond uitgeput raakt, ontstaat het veenweidegebied. Dit betekent dat het Groene Hart een door de mens aangelegd landschap is.
Foto boven: hoogveengebied Nationaal Park Drents-Friese Wold, locatie Fochteloërveen, CC BY-SA 3.0 nl D.J. Bergsma
Foto onder: veenweidegebied bij Boskoop

Romeins Alphen is een initiatief van Minerva TXT producties / Eveline
Verhoeve
Copyright © teksten en foto's Eveline Verhoeve
Contact:
MinervaTXTproducties@ziggo.nl