Bij het dorp Zwammerdam is een cluster van zes Romeinse schepen opgegraven. De transportschepen en de boomstamkano’s voeren allemaal over de rivier, net als militaire patrouilleschepen en galeien. In 2016 zijn de Schepen van Zwammerdam in Alphen aan den Rijn aangekomen om in Museumpark Archeon gerestaureerd te worden.
De hoofdstroom van de Romeinse Rijn is een handels- en transportroute vanuit het Germaanse binnenland richting Noordzee en vice versa. Het is druk op de rivier met patrouilleschepen met Romeinse militairen en zwaar beladen platbodems met handelswaar. Hier en daar zoeken vissers in boomstamkano’s naar een goede vangst.
Tegenwoordig is de Oude Rijn tussen de Gouwe en de Heijmanswetering onderdeel van de staande mastenroute. De belangrijkste noord-zuid doorgaande vaarweg voor hedendaags goederenvervoer over het water en voor recreatieve zeilschepen, jachten en sloepen.
In de Romeinse periode is de Gouwe een klein veenstroompje dat afwatert in de belangrijke Oude Rijn en bestaat de Heijmanswetering nog niet. De enige route over de machtige rivier gaat van het binnenland naar de kust, van oost naar west en vice versa.
Er varen drie belangrijke categorieën schepen over deze grensrivier: militaire schepen, transportschepen en lokale boomstamkano’s.
De boomstamkano’s, er zijn er drie gevonden bij Zwammerdam, zijn waarschijnlijk gebruikt om te vissen. Ze zijn ook heel handig als vervoermiddel op de kleinere waterwegen in het veengebied.
De transportschepen zijn platbodems van het Zwammerdam-type. Dit type schip is voor het eerst gevonden bij castellum Nigrum Pullum in Zwammerdam samen met de boomstamkano’s. De Rijkscollectie is bekend als de Schepen van Zwammerdam.
De schepen vervoeren onder meer Romeins keramiek, maar ook voedsel zoals graan, garum en olijfolie. In latere jaren wordt ook bouwmateriaal zoals baksteen en natuursteen aangevoerd. Sommige platbodems zijn mogelijk gebruikt als veerpont.
De gebruikelijke militaire schepen zijn vooral snelle kleine slanke patrouillevaartuigen met een kleine bemanning en veertien tot twintig roeiers. Er varen echter ook grote dubbel- en driedubbeldeks galeien die flink wat legionairs kunnen vervoeren.
Voordat de Limesgrens in het jaar 47 wordt vastgesteld, is het al een aantal jaren druk op de Rijn met transportschepen die vanaf de monding van de rivier, bij Lugdunum voor de kust van het huidige Katwijk, de oversteek maken naar Britannia.
Als de grens eenmaal stabiel is, wordt het Romeinse leger in de jaren vijftig ingezet om het Kanaal van Corbulo te graven. Dit kanaal verbindt castellum Matilo, bij Leiderdorp, met de Maas. Het kanaal loopt parallel aan de kust en biedt een veel veiliger route richting zuiden dan over de Noordzee.
Totdat keizer Trajanus net voor het jaar 100 besluit dat er een fatsoenlijke weg langs de grensrivier moet worden aangelegd, worden zowel goederen als mensen voornamelijk over het water vervoerd.
Rond het jaar 125 zorgt keizer Hadrianus ervoor dat deze Limesweg als belangrijke rijksstraatweg compleet wordt gereconstrueerd en verbeterd. Als de Romeinen rond 270 vertrekken, wordt het water opnieuw de belangrijkste infrastructuur en dat blijft zo tot ver in de negentiende eeuw.
Omdat de rivier zo’n belangrijke route is, zowel voor grensbewaking als voor transportschepen, zijn er in de corridor tussen Laurium (Woerden) en Matilo (Leiderdorp) geen bruggen over de Rijn aangelegd. Dan zouden de transportschepen met hun zeilen en de grote galeien namelijk niet kunnen passeren.
Maar vooral: waarom zou je een brug aanleggen als er niets te vinden is aan de overkant? De noordelijke oever is namelijk verboden gebied om te wonen of te boeren. Als deze gronden worden gebruikt, is dat uitsluitend voor en door het Romeinse leger.

Romeins Alphen is een initiatief van Minerva TXT producties / Eveline
Verhoeve
Copyright © teksten en foto's Eveline Verhoeve
Contact:
MinervaTXTproducties@ziggo.nl