Kijk en wandel mee tijdens dit laatste deel van een serie van vier Romeinse wandelingen door het Alphense Stadshart. Deze keer staan de halteplaatsen 7, 6, 5 en 12 centraal: bibliotheek Aarkade, Kromme Aar, Koekebakkerssteeg/Rijnkade en Alphensebrug.
Als je in het Alphense stadshart loopt, zou je denken dat Alphen aan den Rijn een ‘nieuwe’ stad is. Er zijn weinig historische monumenten en er is geen Romeinse ruïne te zien. Gelukkig is er genoeg van het Romeinse verleden te zien, als je maar weet waar je naar kijkt.
Bij bibliotheek Rijn & Venen (halteplaats 17) begint het gebied van de Frisii. Nou ja, niet helemaal want eerst is er een aantal kilometers onbewoond gebied. De noordelijke oever van de rivier Rijn wordt namelijk door het Romeinse leger gebruikt. De Frisii wonen in het hele bewoonbare deel van Zuid-Holland als de Romeinen in het jaar 47 besluiten dat de Rijn de grens van het Rijk wordt. Dan wordt de noordelijke oever ontruimd en moeten alle boeren naar elders verhuizen.
‘Elders’ is waarschijnlijk voor een groot deel het huidige Westland. Dat wordt het kernland van de nieuwe Cananefaten. Maar de boeren kunnen ook naar het noorden trekken. Als de Romeinse keizer Claudius de grens instelt, is het gebied van de Frisii groot. Zij bewonen de hele kust van Zeeland tot aan de Duitse grens, de oevers van alle rivieren die de Noordzee instromen en het uitgestrekte Waddengebied.
Tegenover de ingang van winkelcentrum De Aarhof is een kleine hoge brug (halteplaats 16) over de Kromme Aar. Tussen deze brug en de Oude Rijn is in de Romeinse tijd water. De Rijn is namelijk ongeveer vier keer zo breed als tegenwoordig. Ook de Kromme Aar is breder dan nu. Het is een veenrivier. Dit betekent dat hoogveen afwatert op lager gelegen gebied en dat het water dan via de veenrivier Kromme Aar de Rijn instroomt.
Vanaf de brug landinwaarts is de moerassige riviervlakte met in de verte duidelijk zichtbaar het hoogveengebied. De veenkussens zijn hier ettelijke meter hoog. Het veen bestaat uit de resten van watervasthoudend veenmos, sphagnum. Dit hoogveengebied is heel groot. Het ligt achter de duinen in heel Noord- en Zuidholland. Het gebied is alleen bewoonbaar op oeverwallen van de veenrivieren en op zeldzame kleine hoger gelegen gronden tussen het hoogveen.
Bij de monding van de Kromme Aar (halteplaats 15) ligt de brug in de Van Mandersloostraat. Als je over de kade en het terras naar de Oude Rijn loopt, is er uitzicht op de monding van het Omloopkanaal en op de Postbrug. Hier ligt een stukje van het dorp. In de Romeinse tijd loopt er een lokale weg op de oever die verder de grote bocht in de Rijn volgt. In de bocht is vrijwel zeker een wachttoren. Waar nu het Burgemeester Visserpark is, is een Romeinse begraafplaats, Daar eindigt het dorp, want een begraafplaats ligt altijd buiten een Romeins dorp.
Aan de andere kant van de Postbrug begint castellum Albaniana. Het castellumterrein eindigt bij de Castellumstraat en het Rijnplein. Op de hoek van het castellum staat een grote geschutstoren.
Het is nu een kleine wandeling tussen de winkels in de Van Mandersloostraat naar de Koekebakkerssteeg. De steeg ligt tussen de winkelstraat en de rivier (halteplaats 14). In de Romeinse tijd sta je hier nu ‘onder water’. De enige manier om aan de overkant te komen, is een boot. De dorpsbewoners hebben vissersboten en punters. Het leger heeft kleine liburna. Dit zijn patrouilleboten met een kleine bemanning die de rivier bewaken en die grote transportschepen helpen bij het navigeren.
Vanaf de Koekebakkerssteeg kijk je naar de hoofdpoort van castellum Albaniana. Links en rechts zie je een kleine veertig meter aan omwalling. Het eerste castellum heeft ‘muren’ van zoden met daarop een houten loopbrug met kantelen. Het derde castellum heeft stenen muren. Langs de rivier ligt een kade met direct voor de poort een lange steiger waar de transportschepen hun lading kunnen lossen.
Vanaf de Alphensebrug (halteplaats 13) is er een prima uitzicht op castellum Albaniana op de linkeroever. Vanaf het Rijnplein reiken de muren van Albaniana tot ver voorbij Theater Castellum. De rivier volgt hier nog steeds dezelfde loop als tweeduizend jaar geleden. Dat is bijzonder, want dat komt bijna niet voor omdat de Rijn een meanderende rivier is die vaak haar loop aanpast en veranderd.
In de Romeinse tijd is er veel scheepvaart op de rivier. Het leger gebruikt kleine patrouilleschepen, de liburna, om het achterland te controleren via de veenrivieren, open stroomgeulen en beken en kreken. De vissers varen met hun boomstamkano’s en punters en vangen in ieder geval baars. Deze vis houdt van moerassen en van brak water. De grote transportschepen, zoals de Schepen van Zwammerdam, varen vanuit het binnenland heen en weer met goederen. Er zijn graantransporten, er wordt olijfolie aangevoerd en later wordt ook kalksteen voor de bouw van het laatste castellum aangevoerd.
De routekaart heeft zeventien halteplaatsen. De wandeling kan op elke willekeurige halte worden begonnen, maar gewoon even kijken bij een van deze plekken kan natuurlijk ook. Elke halte heeft een eigen verhaal.
Voor de complete route en veel meer informatie klik hier
Dit artikel is eerder verschenen op de nieuwssite van Studio Alphen

Romeins Alphen is een initiatief van Minerva TXT producties / Eveline
Verhoeve
Copyright © teksten en foto's Eveline Verhoeve
Contact:
MinervaTXTproducties@ziggo.nl