De handkruisboog is een ‘handig’ wapen dat onder meer door de Romeinse marine wordt ingezet tijdens patrouilletochten in kleine boten. De handkruisboog is heel effectief: gemakkelijk te richten en dodelijk.
Hoewel de Romeinse architect Vitrivius verschillend staand wapentuig beschrijft, is de handkruisboog niet beschreven in zijn handboek bouwkunde. Vitrivius zal de handkruisboog mogelijk wel hebben gekend, want hij was onder Julius Caesar de man die ‘belegeringswerktuigen en krijgsgeschut’ ontwierp. Het principe van de handkruisboog lijkt op dat van de scorpio en heeft ook dezelfde functie: het afschieten van een zware dikke pijl.
De handkruisboog bestaat uit een houten frame met een aantal metalen onderdelen en een spandraad van pezen. De maten van alle onderdelen worden nauwkeurig berekend, omdat deze invloed hebben op de sterkte van het wapen zelf en op de kracht van de af te schieten pijl. Het uitgangspunt voor de berekeningen is de lengte van de pijl.
De belangrijke onderdelen van het wapen zijn een schuifloop met pijlgoot waar de pijl in wordt gelegd, de arm om het wapen te spannen en een trekker-mechanisme. De handkruisboog moet na elk schot opnieuw worden gespannen. Dit gaat langzamer dan het spannen van een ‘gewone’ handboog, maar niet zoveel dat dit een groot nadeel wordt.
De Romeinse marine bewapent haar liburna, de patrouilleschepen, met een handkruisboog. De schutter staat als eerste verdediging op de voorplecht van het schip. De rest van de bemanning roeit het schip ondertussen. De handkruisboog is veel handzamer dan een staande scorpio. Net als alle andere wapens moet de handkruisboog goed worden onderhouden. Dit geldt zowel voor het hout, als voor de metalen onderdelen en de pezen.

Romeins Alphen is een initiatief van Minerva TXT producties / Eveline
Verhoeve
Copyright © teksten en foto's Eveline Verhoeve
Contact:
MinervaTXTproducties@ziggo.nl