Een ‘appartement’ van acht Romeinse soldaten is voorzien van twee ramen. Een raam aan de voorzijde boven de porticus en een raam aan de achterzijde. Het voorraam verlicht de wapenkamer en de slaapverdieping. Het achterraam verlicht de verblijfsruimte. Waarschijnlijk gaat het om openingen in de wand waar een luik voor is geplaatst.
Een soldatenbarak bestaat uit een lange rij ‘appartementen’ voor de manschappen. Aan een korte zijde is de woning van de leidinggevende, de centurio. Er zijn gemiddeld tien woningen voor elk acht soldaten, omdat een eenheid uit ongeveer tachtig man bestaat. Zo’n appartement heet contubernium, net als de groep van acht bewoners. Aan de voorzijde van de barak is meestal een smalle overdekte loopgang, de porticus.
Hoog in de achterwand is een raam. Via dit raam valt daglicht in de verblijfsruimte. Dit is voldoende licht om normaal te functioneren. Is er meer licht nodig, dan wordt een lamp aangestoken.
In de binnenwand tussen het verblijf en de wapenkamer is een kleine opening boven de haard. Dit is een rookgat, maar het is ook een tweede lichtbron.
Boven de porticus is ook een raam. Dit raam zit zo hoog dat het zowel de wapenkamer als de slaapverdieping verlicht. De slaapverdieping is aan deze kant namelijk open.
De ramen zijn waarschijnlijk niet voorzien van ruiten, maar zijn een opening in de wand met luiken om af te sluiten.
Het maken van glas is een lastig proces. Een mengsel van kwartszand, soda en kalk wordt verhit en smelt dan samen tot glas. Een natuurlijke verontreiniging van ijzer in het gebruikte zand zorgt voor een blauwgroene kleur.
In de eeuw voor het begin van de jaartelling raken Romeinen bedreven in het maken van glazen voorwerpen. Waarschijnlijk leren zij dit van Syriërs, die inmiddels deel uitmaken van het grote Romeinse Rijk. De techniek is overigens veel ouder en wordt bijvoorbeeld ook door Egyptenaren gebruikt. Van glazen staven worden kleine stukjes afgeknipt. Deze worden aan elkaar gesmolten in een mal.
Iets later, rond het begin van de jaartelling, wordt glas blazen uitgevonden. Daardoor is het mogelijk om voorwerpen te blazen uit één stuk glas. Het glas wordt geblazen in een mal om er fraaie vormen in te maken. Glas is overigens heel duur in de Romeinse tijd en dus een luxe artikel.
Ruiten worden in eerste instantie gemaakt van een ‘plas’ gesmolten glas. Dit wordt gegoten op een stenen tafel. De vlakke glasplaten zijn kleine ruiten. Om grotere ramen te maken, voorzien Romeinen hun ramen van een indeling met latwerk voor deze kleine ruiten. De ramen laten wel licht door, maar zijn verder ondoorzichtig.
Later wordt een ruit gemaakt van een cilinder geblazen glas. De cilinder wordt opengeknipt en uitgerold. Ook dit glas laat licht door, maar is verder nog ondoorzichtig. De ruiten zijn niet veel groter dan de gegoten exemplaren.
De glazen ruiten zijn klein en heel duur. Dit betekent dat alleen gebouwen met status glazen ruiten hebben. Het is een luxe product voor gewone Romeinen. In de uithoeken van het Rijk is glas ook slecht verkrijgbaar. Tijdens de opgravingen van Albaniana zijn vier stukjes van vensterglas gevonden. Deze zijn niet nader gedateerd. Waarschijnlijk gaat het om glazen ruiten uit een gebouw met een hoge status, mogelijk in het castellum.
Daarom is het heel waarschijnlijk dat de Romeinse soldaten een opening in de wand hebben om hun barakken, deze hebben een lage status, van daglicht te voorzien. Deze opening is dan afsluitbaar met luiken. Het voordeel van zo’n opening is dat er meer licht door naar binnenkomt dan via Romeinse ruiten. Het nadeel is natuurlijk dat in de winter ook de kou en in de zomer de hitte het binnenklimaat beïnvloeden.
Foto boven: dwarsdoorsnede van een soldatenverblijf met schematisch aangegeven hoe de lichtinval is
Foto onder: schematische gevels van een soldatenbarak met de plaatsing van de raamopeningen, links met vensters en rechts met luiken

Romeins Alphen is een initiatief van Minerva TXT producties / Eveline
Verhoeve
Copyright © teksten en foto's Eveline Verhoeve
Contact:
MinervaTXTproducties@ziggo.nl