Het terrein is er woest. Het klimaat ruw. Het leven en landschap somber.

Welkom in Romeins Alphen!

Klimaatverandering in de derde eeuw

Klimaatverandering in de derde eeuw

14 februari 2024

Aan het einde van de derde eeuw zijn er steeds meer overstromingen in het Limesgebied in de delta van de Rijn. Er ontstaan moerassen langs de Oude Rijn. Het agrarische Gantelgebied wordt in de loop van de derde eeuw onbewoonbaar. En aan het begin van de vierde eeuw ontstaan de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden.

Tussen 200 voor en 150 na het begin van de jaartelling is er sprake van een warme periode in Europa: het Romeins klimaatoptimum. Daarna wordt het koeler. Tegelijkertijd zijn er steeds meer overstromingen, stijgt de zeespiegel en staat de Romeinse Noordzeekust onder druk.

Gantelgebied

Aan het einde van de warme Romeinse periode valt de bloeitijd van het Gantelgebied. Onder Romeinse invloed wordt het veengebied rond het riviertje Gantel droger door het graven van sloten en daarmee de aanleg van een afwateringssysteem. Tegelijkertijd is de grond vruchtbaar door zeeklei die achterblijft door het getijdesysteem. Er ontstaat zo vanaf halverwege de eerste eeuw een aantrekkelijk landbouwgebied. De agrarische kolonisten krijgen vanaf de Bataafse Opstand de naam Cananefaten.

In de loop van de derde eeuw is het Gantelgebied, het tegenwoordige Westland, echter onbewoonbaar geworden door grote overstromingen. De combinatie met het inklinken van het veen is funest voor de boeren die het gebied bewonen. Zij vertrekken naar elders.

Zeeuwse eilanden

De overstromingen van de Noordzee in het kustgebied en het stijgen van de zeespiegel maken dat de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden ontstaan. Dit resulteert bijvoorbeeld, naast het verdwijnen van de Cananefaatse boeren, in het in zee verdwijnen van de Zeeuwse tempel van Nehalennia.

Overstromingen langs de Rijn

Halverwege de derde eeuw is langs de Oude Rijn, ongeveer tussen Woerden en Leiden, door grote overstromingen een moeras ontstaan. Langs de Oude Rijn blijkt dit uit het afnemen van de bevolking, het verdwijnen van agrarisch gebied en het herstel van de bossen. Ondanks het vele water is de rivier zelf smaller met vanaf de derde eeuw een wispelturige stroming. Halverwege de vierde eeuw gaat het echter om een geheel ondergelopen gebied.

Tegelijkertijd wordt de Maas-Waal opnieuw de hoofdstroom van de Rijn. Op de kruising van Rijn en Waal is vlak voor het begin van de jaartelling door generaal Drusus bij Herwen een strekdam aangelegd. Hierdoor gaat er meer water naar de Neder-Rijn en minder naar de Waal. De strekdam is tijdens de Bataafse Opstand vernield, maar zeer waarschijnlijk weer opgebouwd. Het lijkt er echter op dat de situatie in de derde eeuw is veranderd.