Een Romeinse inscriptie op een brok kalksteen is een bijzondere vondst langs het noordelijke deel van de Limes. Tijdens de archeologische opgravingen van het Romeinse castellum Albaniana is een driehoekige steen gevonden in een verstoord deel van de noordelijke oeverzone. De steen met inscriptie is een deel van een groter wij-altaar.
Altaarstenen of votiefstenen worden vaak geschonken en/of opgedragen aan een godheid als geschenk voor ‘bewezen diensten’. De Romeinse gewoonte is om eerst een gunst te vragen van een godheid vergezeld door een brandoffer, een offerbrood bijvoorbeeld. Pas als de gunst is verleend, wordt een altaar- of votiefsteen geplaatst.
Omdat het broksteen met inscriptie niet ‘in situ’, dus op de oorspronkelijke locatie, is gevonden weten we niet waar de Alphense altaarsteen oorspronkelijk heeft gestaan. Het wij-altaar stond mogelijk ergens langs de rivier aan de noordkant van het castellum. Nu is het zo dat niet ver van de castellummuren een Romeins grafveld is gevonden. Daarom kan het zijn dat de altaarsteen hier stond, maar de steen kan ook ‘gewoon’ aan de lokale weg langs de rivier hebben gestaan. Omdat de steen in de verstoorde oeverzone is gevonden, kan deze ook op een heel andere locatie hebben gestaan.
De steen met inscriptie is 29 centimeter breed en 24 centimeter hoog. De kalksteen is 16 centimeter diep. Het driehoekige brokstuk was ooit onderdeel van een veel groter wij-altaar. Waarschijnlijk is de driehoek afkomstig uit de bovenrand van de oorspronkelijke steen. Op de steen staat een stukje van een inscriptie. De bovenste regel heeft letters van 4,5 centimeter hoog, de tweede regel is iets kleiner. De steen is in het centrumgebied Hoge Zijde van Alphen aan den Rijn gevonden tijdens de opgravingsperiode 2001-2002.
Op het kleine stuk kalksteen staan resten van twee regels tekst:
[---I]NVICT[O---]
[---]CATV[---]
De interpretatie van het fragment als restant van een wij-altaar berust op het woord [I]NVICT[O]. Dit betekent onoverwonnen of onoverwinnelijk. Het gaat om een deel van een naam van een keizer of van een deel van de naam van een god. De Romeinse keizer is overigens óók een godheid. CATV of CAIV is waarschijnlijk een deel van de naam van de schenker van de steen.
Invicto is vaak verbonden aan Sol. Dan zou voor het woord ‘invicto’ het woord ‘Sol’ hebben gestaan. Sol is een zonnegod én de beschermheilige van soldaten. Op een zeker moment wordt Invictus of Invicto toegevoegd aan de naam van deze god. Sol is ook verbonden aan Mythras of Mitras. De mithrasgodsdienst is een samensmelting van de verering van Sol en van Mithras, de Perzische lichtgod. Het is een typisch militaire godsdienst en deze wordt dan ook door het Romeinse Rijk verspreid door en in het Romeinse leger.
Elders langs de noordelijk Limes zijn soortgelijke altaarstenen gevonden. Zo is er een vrijwel compleet exemplaar aangetroffen tijdens opgravingen van Romeins Woerden. De vertaalde tekst op deze steen luidt: ‘Tot heil van imperator Ceasar Titus Aelius Hadrianus Antonius Augustus Pius [heeft] L[ucius] Terentius Bassus, vaandeldrager van de derde cohors van de Breuci [dit altaar gewijd] aan de zonnegod Helagabalus en Minerva’.
Een aardig detail is dat zowel de steen met inscriptie uit castellum Albaniana in Alphen aan den Rijn, als de steen met inscriptie uit castellum Laurium in Woerden zijn opgedragen aan de zonnegod. Beide garnizoenen komen uit de stam van de Breuci uit het Balkangebied. Het garnizoen in Woerden is het derde cohort van de Breuci en het garnizoen in Alphen aan den Rijn is het zesde cohort van de Breuci.
Foto steen: Provinciaal Archeologisch Depot Zuid-Holland CC-BY
Tekening steen: Polak 2004
Romeins Alphen is een initiatief van Minerva TXT producties / Eveline
Verhoeve
Copyright © teksten en foto's Eveline Verhoeve
Contact:
MinervaTXTproducties@ziggo.nl