Een interessante vraag is of de clavi op een tunica een andere functie hebben dan versiering en symboliek. Een Romeins modeverschijnsel of het aanduiden van een rang dus. Die andere functie zou te maken kunnen hebben met de draagbaarheid van de tunica, speciaal als er ‘mouwen’ aan de tunica zitten.
Clavi zijn gekleurde banden. Deze zijn zowel aan de voorkant als aan de achterkant op een tunica te zien. Van oudsher gaat het om in de stof geweven eenvoudige clavi in één kleur. Er zijn echter banden die apart geweven zijn met een motief erin en die op de stof worden genaaid.
Behalve dat zij in een bepaalde periode modieus zijn, hebben clavi in een bepaalde kleur, het purperrood, ook een functie als statussymbool. Een interessante vraag is nu of de clavi ‘alleen maar’ mode en status aangeven, of dat zij ook een functie hebben bij het dragen van de tunica.
Purperen clavi zijn een statussymbool. Smalle purperrode clavi geven de rang van equites aan, brede purperen clavi geven de rang van senator aan. Purper is een specifieke kleur gemaakt van hele dure en exclusieve verfstof gemaakt van heel veel huisjes van zeeslakken. Purperrood moet dus niet worden verward met rood, paars of bordeaux.
Er zijn – delen van – tunica’s in graven gevonden, vooral in hele droge delen van het Romeinse Rijk. Bijvoorbeeld in de zandwoestijn van Egypte. Dit is omdat de Egytische Kopten, zij zijn christelijk, hun doden met kleding aan begraven hebben. De banden op hun linnen tunica’s zijn vaak van wol. Deze vondsten zijn meestal van ná de Romeinse periode, ongeveer vanaf de zesde eeuw. De vroege Koptische periode begint al eerder: aan het einde van de derde eeuw. De Koptische clavi zijn voorzien van, soms ingewikkelde, motieven.
Ook op Egyptische Fajoemportretten zijn clavi in verschillende kleuren en van smal tot breed te zien. Fajoemportretten zijn na de dood geschilderde portretten die met de mummie in een graf zijn geplaatst. Deze portretten zijn ongeveer tussen 100 en 300 CE gemaakt, dus van de tweede tot de vierde eeuw. De meeste clavi zijn effen of in een kleur met randen in een andere kleur.
Van geschilderde afbeeldingen en vanaf beeldhouwwerken is geen naaitechniek af te leiden. Uit het Romeins-Egyptische textiel is af te leiden dat er ‘onzichtbare’ steken zijn gebruikt voor naaiwerk. Er wordt echter ook gebruikgemaakt van de festonsteek (met een koord erin) om randen af te werken.
Textiel is van oudsher huisvlijt. Vanaf het begin van de moderne jaartelling wordt het echter steeds meer een industrie. Dit komt door de ontwikkeling van de weefgetouwen. Dit heeft vooral invloed op de lengte van de lappen geweven stof. Romeinse balen stof bestaan dan ook vooral uit lange smalle lappen.
De breedte van de stof is echter beperkt. Hoe breder de stof is hoe lastiger het weven gaat. Het weefgetouw is en blijft nog vele eeuwen een ‘opgeleukte’ versie van een handweefraam.
tekst loopt door onder de foto

Veel clavi zijn zondermeer als versierend element op tunica genaaid. Dat blijkt uit de vondsten. Dit betekent niet dat clavi per se áltijd alleen een versiering zijn. Er is een optie voor een functie van clavi op een tunica: de banden zijn op een bepaalde manier genaaid om de tunica mooier te laten vallen. Het gaat daarbij om de manier waarop de ‘mouw’ eruitziet en om het gewicht, hoe gering ook, dat de tunica beter op haar plaats houdt.
De clavi kunnen dan ook worden gebruikt om smalle lappen stof op een elegante manier aan elkaar te stikken. Daarbij verbergen de clavi de eventueel geknipte randen van de stof en gaan daarmee rafelen tegen.
Experimentele archeologie is op basis van een hypothese, een onbewezen stelling, de originele gang van zaken nabootsen, het experiment. Dan wordt een hypothese uiteindelijk versterkt of ontkracht. Er wordt dus een argument toegevoegd of de hypothese wordt helemaal of deels onderuit gehaald.
De hypothese voor functionele Romeinse clavi is dat deze worden gebruikt om enerzijds de randen van smalle stoffen te verbergen en tegelijkertijd aan elkaar te naaien. Anderzijds vallen de ‘mouwen’ op een manier die meer lijkt op de manier waarop deze er op afbeeldingen uitzien.
Het experiment met de clavi werkt als volgt:
Als kant-en-klaar geweven clavi worden gebruikt, moeten deze iets breder zijn dan de randen. De rest van de procedure is hetzelfde. Er is een optie om eerst de clavi aan te brengen en daarna de zijnaden dicht te stikken.
De tunica wordt vervolgens naar wens afgewerkt. In dit geval is de halsopening naar binnen gevouwen en voorzien van een siersteekje. Hiermee wordt de halsopening netjes afgewerkt. Er is een zoom aan de onderzijde gemaakt, eveneens met een siersteekje.
tekst loopt door onder de foto

Nu de tunica klaar is, is de combinatie van de zwaardere clavi en het ontbreken van een naad aan de bovenzijde van de ‘mouw’ goed te zien (zie hoofdfoto). De ‘mouw’ valt namelijk in zachte plooien heel mooi langs de arm. De clavi houden de tunica keurig op de schouder. Daarnaast zijn er geen rafelige randen, ook niet aan de binnenkant.
Romeins Alphen is een initiatief van Minerva TXT producties / Eveline
Verhoeve
Copyright © teksten en foto's Eveline Verhoeve
Contact:
MinervaTXTproducties@ziggo.nl