Het terrein is er woest. Het klimaat ruw. Het leven en landschap somber.

Welkom in Romeins Alphen!

Gallo-Romeins tempelhuis

Gallo-Romeins tempelhuis

27 June 2026

Een Gallo-Romeinse tempel, zoals in de regio rond gemeente Alphen aan den Rijn kan hebben gestaan, bestaat uit een ruim langwerpig tempelterrein en een klein tempelhuis aan een smalle kant. Het tempelterrein is de plek waar het altaar staat, waar de priesters hun werk doen en waar de gelovigen komen. Het tempelhuis is het onderkomen van de god of godin.

Het tempelhuis, dit heet een cella, is niet bedoeld voor de gelovigen. Dit is het huis van de god of godin. Hier staat een groot godenbeeld van de god of godin waaraan deze tempel is gewijd. Enkel de priesters mogen het tempelhuis betreden. Ter vergelijking: in een christelijke kerk zou dit het koor zijn.

Rond het tempelhuis is een smalle zuilengang aangelegd, dit heet een porticus, met ronde stenen of houten zuilen of met houten vierkante zuilen. De zuilen zijn niet kaal, zij zijn geschilderd. Dit zou in een christelijke kerk de kooromgang zijn. 

Dank aan de goden

In de porticus rond het tempelhuis staan of hangen wijstenen. Dit zijn grotere gaven als dank voor een verleende gunst. Wijstenen zijn meestal, het woord zegt het al, van steen. Er zijn ook tabula ansata, houten borden, die op de wand van de cella hangen. Zowel wijstenen als tabula hebben een inscriptie en soms een afbeelding. Kleinere gaven, maar niet minder belangrijk, kunnen beeldjes van voor de gever belangrijke goden zijn.

Verzoeken aan de goden

Ook zijn rond het tempelhuis soms kleinere beeldjes met een specifieke ‘aandoening’ te vinden. Dit zijn offers waaraan de vraag aan de godheid is gekoppeld. Bij dit soort beeldjes gaat het meestal om een verzoek om bijvoorbeeld blinde ogen te genezen of een zwangerschap ‘toe te staan’. Dit soort verzoeken kan ook op schrift op een houten of metalen plaatje worden gedaan.

Brandoffer

Offers zijn meestal een brandoffer of een plengoffer vergezeld door een gesproken verzoek. De offergave wordt verbrand en is vaak eetbaar. Libum bijvoorbeeld, is naast een geliefd kaasbrood ook een offerbrood. Een libum kan zelf worden gemaakt of kant-en-klaar worden gekocht bij de bakker. Het offerbrood wordt bij het altaar in een offerschaal, een vuurschaal, verbrand. De rook stijgt dan op naar de goden. Het altaar staat op het openbare tempelterrein vlakbij het niet toegankelijke tempelhuis. In een christelijk kerk is dit eenzelfde locatie.

Reconstructie in Archeon

Op de foto staat een voorbeeld van het tempelhuis van een kleine Gallo-Romeinse tempel in Museumpark Archeon. De tempel is een reconstructie van een in Elst opgegraven exemplaar. De cella van deze tempel heeft wit gestucte muren en stenen zuilen en een pannendak. Eenvoudiger, soms gewoon oudere of minder dure, kleine tempelhuizen zijn hout-leembouw met houten zuilen. De Gallo-Romeinse tempelbouw kent een ontwikkeling van een Gallische vorm naar een mengvorm met Romeinse tempelbouw.