“Het terrein is er woest. Het klimaat ruw. Het leven en landschap somber.”

Welkom in Romeins Albaniana!

Een kampdorp bij het castellum

Een kampdorp bij het castellum

25 oktober 2021

Overal waar ‘de’ Romeinen een castellum bouwen, ontstaat binnen de kortste keren een vicus oftewel een kampdorp. De inwoners van deze handelsnederzetting zijn vrouwen en kinderen van de soldaten plus ambachtslieden en handelaren die aan het Romeinse leger verdienen. Zo is het ook met Albaniana gegaan.

Een kampdorp is een speciaal soort nederzetting. Het dorp en de inwoners hebben een symbiotische relatie tot het castellum, oftewel zij zijn van elkaar afhankelijk. Dat geldt ook voor de nederzetting bij Albaniana. Zeker de eerste bewoners van dit kampdorp zijn waarschijnlijk met het leger meegekomen. Dat is vaak zo, tenzij een castellum bij een bestaande nederzetting wordt gebouwd.

Enerzijds wonen de vrouwen en kinderen van de soldaten uit castellum Albaniana in dit dorp. Anderzijds is de vicus een magneet voor ambachtslieden en handelaren die het Romeinse leger zien als hun inkomstenbron. Trouwens, ook de soldatenvrouwen moeten hun eigen kostje verdienen en dat doen zij ook.

De vicus rond het Alphense castellum is in de omgeving een relatief grote nederzetting. In totaal, vicus en castellum samen, zijn er ongeveer duizend bewoners. In de late IJzertijd, voor de komst van het Romeinse leger, is de streek rond het latere Albaniana dun bevolkt. Er is hier en daar een groepje van een of twee boerderijen met als bewoners een uitgebreide familie die een stukje land bewerkt waarvan de opbrengst voor eigen gebruik is.

De handelsnederzetting verrijst dus uit het niets bij het castellum. Veel ambachten zijn nieuw, zoals schoenmakers die Romeinse modellen introduceren. Caféhouders die maaltijden en drank verkopen zijn heel Romeins. Ook winkels met bijvoorbeeld textiel zijn anders dan de in deze streek gebruikelijke huisvlijt.