“Het terrein is er woest. Het klimaat ruw. Het leven en landschap somber.”

Welkom in Romeins Albaniana!

De Oude Rijn

De Oude Rijn

23 november 2021

In de Romeinse tijd ligt de hoofdstroom van de machtige rivier de Rijn noordelijker dan tegenwoordig. Het meeste water stroomt richting Noordzee via de Kromme Rijn, Nederrijn en Oude Rijn. Rond het jaar 800 is de Oude Rijn echter een kleine zijtak van de naar het zuiden verschoven rivier geworden.

Doggerland ligt tussen Groot-Brittannië, de Nederlandse en Duitse Noordzeekust en de Scandinavische landen. De Rijn en de Theems ontmoeten elkaar en stromen als een machtige rivier de Atlantische Oceaan in. Dan eindigt de laatste ijstijd, ongeveer 11.000 jaar geleden. Er stroomt veel smeltwater de zeeën in. Dat gebeurt wereldwijd waardoor de zeespiegel sterk stijgt. De grote laagvlakte van Doggerland verdwijnt zo langzaam maar zeker onder de instromende Noordzee.

Ongeveer 7500 jaar geleden is Nederland ongeveer half zo groot als tegenwoordig. Het ligt echter eindelijk aan de kust van het Noordzeebekken dat nu vol is. De zeespiegel stijgt nog steeds, maar de afzetting van klei en zand gaat net zo snel. Het land bestaat voor een groot deel uit uitgestrekte veengebieden.
De hoofdstroom van de Rijn ligt tot dan centraal in het deltagebied, maar dat verandert. De rivier kiest, geholpen door de dam van Drusus aangelegd rond het jaar 11 voor het begin van de jaartelling, een meer noordelijke route. Daarna stroomt tot ver in de Romeinse tijd het water via de nieuwe hoofdstroom van de machtige rivier via de Kromme Rijn, Nederrijn en Oude Rijn de Noordzee in.

Vanaf de derde eeuw krijgt de hoofdstroom van de rivier steeds meer last van erosie. Deze ontstaat onder meer door ontbossing stroomopwaarts. Door de daarop volgende erosie van het land slibt de rivier langzaam dicht. Maar, belangrijker wellicht is dat de Dam van Drusus niet meer wordt onderhouden. Dan verschuift de hoofdstroom zuidwaarts. Rond het jaar 800 is de Oude Rijn een kleine zijtak van de grote rivier Rijn geworden.

Vanaf de elfde eeuw worden dijken langs grote rivieren aangelegd. De kleinere, zoals de Oude Rijn, worden afgedamd. In de twaalfde en dertiende eeuw verandert het landschap onherkenbaar door de ontginning en verkaveling van veengebieden aan beide zijden van de rivier.

Tegenwoordig is de Oude Rijn aanzienlijk smaller en ondieper dan in de Romeinse tijd. De dichte lintbebouwing staat op beide oevers op de nauwelijks zichtbare dijken van de zwaar gekanaliseerde rivier.