Een Gallo-Romeinse tempel bestaat uit een groot omheind terrein met een tempelhuis voor de goden met hiervoor een altaar. Soms staan meer bouwwerken op het terrein, zoals een waterput of een oven of een ruimte voor de priesters. De toegang van de tempel is een poort tegenover het tempelhuis.
Een Gallo-Romeinse tempel bestaat uit een grotendeels leeg omheind terrein. Aan een smalle kant van het terrein staat het tempelhuis met hiervoor een altaar. In het tempelhuis staat een groot beeld van een god of godin. Soms gaat het om een bepaalde godheid, maar het kunnen er ook meer zijn. Aan de andere kant van het open tempelterrein is de ingang met een poort. Dit hele complex is de Gallo-Romeinse tempel.
Deze Gallo-Romeinse tempels worden gedateerd tussen de tweede helft van de eerste eeuw en halverwege de derde eeuw. Dit is precies de periode dat de Limesgrens langs de Rijn als militaire linie dient. Als het leger vertrekt, vertrekken ook de meeste burgers. Het land loopt dus leeg en dat verklaart dat er nadien niet of nauwelijks tempels zijn.
De tempel heeft een duidelijk begrenzing door een omheining. Een eenvoudige variant is een omheining van palissaden, een aaneengesloten rij van houten palen. Later gaat het meestal om een stenen muur al dan niet bepleisterd. In de omheining zit een poort.
Het tempelhuis is gebouwd in hout-leembouw of in steen. In beide gevallen kunnen de muren zowel binnen als buiten zijn bepleisterd en beschilderd.
De porticus rond de cella van het tempelhuis is simpel gezegd een afdak op palen. De palen kunnen van hout zijn of het zijn stenen pilaren met eenvoudige kapitelen. Het afdak kan bestaan uit riet, houten shingles of stenen dakpannen.
De complete Gallo-Romeinse tempel bestaat dus uit het lege terrein, een omheining met een poort, een relatief kleine cella met porticus en een altaar voor de cella.
Het Gallo-Romeinse tempelhuis bestaat uit een cella, dit is het gebouw waar de god of godin ‘woont’ met een porticus eromheen. De cella is relatief hoog en de open porticus begint ongeveer halverwege. Er is een trap vanaf de deuren van de cella naar het terrein, waar het altaar staat.
Een architectonisch verschil tussen een Gallo-Romeins tempelhuis en een Romeins tempelhuis is de porticus. Bij een Romeinse tempel zijn pilaren zichtbaar ‘in’ de buitenwanden, hier is geen porticus. Aan de voorzijde van de Romeinse tempel is wel een open porticus.
In de porticus is voor de deuren van de cella een trap. Voor de trap staat het altaar. Bij grotere tempels kunnen er meer altaren op het tempelterrein staan. Het altaar is een rechthoekig stenen blok, beschilderd, met een vlakke bovenkant of er is een verdieping met een opening in een van de wanden. De vlakke altaren hebben meestal een relatie met brandoffers, terwijl de altaren met verdieping worden gebruikt voor plengoffers.
Het is heel lastig om een tempel te ‘vinden’. De duidelijke archeologische sporen zijn de grote paalgaten van het tempelhuis en de paalgaten van de poort. Paalgaten worden echter bij alle grotere bouwwerken gevonden. En, het tempelhuis is maar een klein onderdeel van de tempel.
Vaak wordt als duidelijkste aanwijzing voor een tempel de aanwezigheid van een of meer religieuze voorwerpen gezien. Het gaat dan meestal om een godenbeeldje of een offerschaaltje of een olielampje of een met een bepaalde god geassocieerd voorwerp. Omdat alle Romeinen ook in hun woonhuizen en openbare gebouwen religieuze ‘plekken’ hebben, de lararia, is het gevaarlijk om dit als bewijs van een tempel te zien.
Een voorbeeld van hoe dat werkt, is de vondst van een grote houten tabula ansata bij opgravingen in het Westvaartpark in Hazerswoude-Rijndijk. In eerste instantie werd dit gezien als aanwijzing voor een tempel, ook door de combinatie met godenbeeldje. Naderhand blijkt het om een gewoon naambord te gaan.
In Nederland zijn Gallo-Romeinse tempels gevonden in of bij Aardenburg, Domburg, Elst, Empel, Herwen-Hemeling, Kessel, Maastricht en Nijmegen. Daarnaast is het mogelijk dat er een tempel bij een vicus in Valkenburg stond, dit is een recente vondst. De tempels staan langs de Limes, de Rijngrens, plus de militaire linie langs de kust en in het gebied van de Bataven. Dit is zuidelijk Gelderland, Noord-Brabant en Limburg.
Het is lastig om archeologisch bewijs te vinden voor een Gallo-Romeinse tempel op basis van architectonische vondsten. Vooral omdat het om een complex bouwwerk gaat met een relatief groot en leeg terrein. Soms is er een duidelijke vondst, omdat het tempelhuis goed bewaard is gebleven onder een latere christelijke kerk. Een duidelijke aanwijzing is een stenen altaar. Op basis van geringe religieuze vondsten, een godenbeeldje of offerschaaltje, kan niet worden geconcludeerd dat er een tempel was.

Romeins Alphen is een initiatief van Minerva TXT producties / Eveline
Verhoeve
Copyright © teksten en foto's Eveline Verhoeve
Contact:
MinervaTXTproducties@ziggo.nl